Janneke Barelds concludeert dit in haar onderzoek en promoveert hier vrijdag op. Het is wat mij drijft in de dingen die ik doe. Het is ook waarom ik meewerk aan deze site; een podium om tekst te maken over dit thema. Ik werk 20 jaar in de gehandicaptenzorg; dat mensen met een verstandelijke beperking zich niet serieus genomen worden is geen nieuws. Goed dat het opnieuw vastgesteld is. Boeiend is de vraag wat maakt dat we blijkbaar met elkaar niet in staat zijn daar iets aan te doen.
Ik hoorde vandaag een verhaal van mijn ex-secretaresses. Door reorganisatie zijn ze verhuisd. Waar ze eerder werkten waren vaak cliënten die even langs kwamen voor een kop koffie, een praatje, de post of wat dan ook. Een voor hen prettige gang op een dag die niet altijd evenveel te bieden heeft. Op hun oude werkplek waren andere mensen komen werken. De organisatie-logica had een andere ordening aangebracht. Cliënten hebben niet zo veel met organisatie-logica. Die wonen vaak al jaren in een instelling en zien de veranderingen aan zich voorbij trekken. Zij hebben hun eigen logica. Eén cliënt was zoals gebruikelijk gisteren langs gegaan voor een praatje. Hij trof op zijn vertrouwde adres andere mensen aan. Mensen die hem zeiden dat hij niet welkom was. Het was te druk, men wist er geen raad mee of wat dan ook. Ik heb er geen oordeel over; de nieuwe mensen op de werkplek zullen hun reden hebben. Feit is dat deze cliënt te horen kreeg dat hij niet welkom was. De organisatie-logica had een andere ordening aangebracht; hij paste er niet meer in. Zouden de mensen bij wie deze cliënt niet welkom was zich bedenken dat ze werken in de woonomgeving van cliënten en dat ze dat werk kunnen doen bij de gratie van hun aanwezigheid? Zouden deze mensen zich bedenken wat het met een mens doet als hij niet meer welkom is en zijn wereld opeens verandert zonder dat hij erbij betrokken is? Deze gehandicapte voelt zich niet alleen niet serieus genomen, hij wordt niet serieus genomen. Hij doet er helemaal niet toe.
Het zou mooi zijn als er via deze site wat gedachten op gang komen en dialoog plaats kan vinden. Ik weet ook niet hoe het moet, maar zie dagelijks genoeg om me heen wat het zou kunnen zijn. Mogelijk helpt de dialoog een beetje de klant-logica leidend te laten worden en de organisatie-logica wat naar de achtergrond te drukken.
Artsen en behandelaars in de zorg zouden meer winst kunnen behalen wanneer zij in hun behandeltraject structureel meer aandacht besteden aan de subjectieve gezondheidsbeleving van hun patiënt. Dat stelt Nyenrode promovendus Joost Stalpers in zijn proefschrift “Psychological determinants of subjective health”, dat hij succesvol heeft verdedigd op 23 oktober 2009. Lees verder…
De nieuwe visie op verpleeghuizen is op zijn retour. Zo schrijven Wilfried van der Bles en Nicole Lucas in Trouw (2 juli 2009). Verpleeghuisartsen uit het Amsterdamse verpleeghuis Jan Bonga stapten op. Duidelijk voorbeelden dat een verouderd paradigma stuiptrekt. Tot steeds meer mensen begint het door te dringen, dat het jarenlang verplegen van ouderdom in een vervangend ziekenhuis een verloren strijd is en dat ook op hoge leeftijd het leven staat boven het uitstellen van de dood. Dat kan in kleinschaligheid, maar hoeft niet. Belevingsgericht en wonen, welzijn en zorg integrerend. Dat is nog niet evidence based. Dat kan ook niet. Een ontluikend paradigma moet zich eerst nog bewijzen. Maar heeft wel meer en betere antwoorden, ook op de vragen van het oude paradigma. Het nieuwe paradigma in de verpleegzorg heeft leven als uitgangspunt. Daar hoort medische ondersteuning bij. En het is meer. Veel meer.
Lees verder…
Het Diakonessenhuis in Zeist verbouwt al jaren. Dat levert zoektochten op. Midden in de nacht naar de spoedeisende hulp met een hockeykind, hevig bloedend aan zijn hoofd: confrontatie met een dronken ’gast’. Ik rij het terrein op, speurend naar de nachtingang of aanduiding voor de spoedeisende hulp. De hoofdingang blijft over. Auto parkeren. Naar de receptie: “Voor de spoedeisende hulp moet u iets langer de weg vervolgen en dan rechts af.” Terug de auto in. Verder zoeken: de juiste ingang lijkt gevonden. Maar waar mag je parkeren en welke deur is de goede? De bebloede theedoek kleurt roder.
Bij daglicht later de bewegwijzering nog eens bekeken. Blijken er twee enorme borden langs de weg aan te geven welke afdelingen er zijn: veel. Daartussen staat in het zwart en klein: “SPOEDZORG”. Inderdaad met een pijltje naar verderop. Het lijkt er een beetje tussengepropt. Je moet wel de rust nemen om goed naar de borden te kijken. En wie is ’s nachts rustig op weg naar de spoedhulp?
Vorige week ’s nachts om half 3, fietst mijn 17 jarige zoon, door mijn ervaring wijzer, naar de juiste ingang. De deur blijkt dicht. Hij: een niet te stoppen bloedneus. Aanbellen. Na minuten verschijnt iemand aan de deur. ‘Of hij even om kan lopen naar een andere deur”…..spoedeisende hulp!
Betere bewegwijzering? Albert Heijn lukt het goed tijdens verbouwingen en bij winkelopeningen. ‘Slechts een winkel’? Schiphol dan? Ook jarenlang verbouwd. En steeds voor iedereen duidelijk waar je mag parkeren en hoe je bij de juiste vertrekpier komt. Duizenden mensen per dag, die zo hun vliegtuig niet missen. Waarom kan een ziekenhuis dat niet?
Volgens het bandje (buiten kantooruren) is de praktijk door de week van 5 uur ’s middags tot 8 uur de dag daarop niet bereikbaar. Buiten die uren (!) is die dan soms onbereikbaar vanwege te veel bellers. Soms ook krijg je weer een bandje, waarin de assistente aangeeft dat zij tijdelijk toch niet bereikbaar is, vanwege een vergadering, lunch of andere reden. Bij aanhouden kom ik in een wachtrij. Tenzij het inmiddels lunchpauze is geworden. Dan moet ik wachten tot een onbestemd moment daarna. Tenzij het spoedeisend is. Dan bel je een speciaal (ander) nummer.
Lees verder…
Laatste reacties